Rozen keuren in het Westbroekpark; de publieksjury neemt haar werk zeer serieus.

Het rozenconcours

Ieder jaar, begin juli, treffen de groten van de internationale rozenwereld elkaar in het Haagse Westbroekpark in een unieke jumelage van kwekers en liefhebbers. Tijdens het jaarlijkse rozenconcours strijden de deelnemers om een felbegeerde trofee: de Gouden Roos van de stad Den Haag. De honderden rozenperken – er staan in het Westbroekpark zo’n 400 soorten en daarnaast verdringen zich nog eens 150 nieuwe rozen op het proefveld – zijn het decor van bespiegelingen over bloemen, kleur, geur en het weer.

In een rustgevend tempo scharrelen ze tussen de rozenperken door, Marjan Bloem en Alicia Hilling. Mevrouw Hilling, markante hoed en even markante bril, is lid van de internationale jury, de liefhebbers. Een jurylid op leeftijd, ergens in de tachtig zou je zeggen, maar niet het type dat je daarnaar vraagt.

Mevrouw Hilling woont in de Archipelbuurt, een half uurtje lopen ongeveer, bijna elke dag wandelt ze even naar het Westbroekpark. Zij houdt er een heel eigen wijze van beoordeling op na, heel anders dan de professionals. Hun wijze van jurering treft haar als gevoelloos en hard. Met afgrijzen heeft ze gezien hoe sommigen er niet voor terugdeinzen om een rozenstruik een schop te verkopen. "Om te zien of hij overeind blijft en of hij de uitgebloeide bloemblaadjes wel laat vallen. Dat is zo commercieel, dat is geen jurering met het hart."

De jurering van mevrouw Hilling verloopt heel anders, een beetje poëtisch, en getuigt van een groot medeleven met de bloemen. De rozen kunnen er, zo midden in een regenachtige periode, niet zo bruin bij staan of ze krijgen een voldoende. Wat kunnen die rozen eraan doen dat het zulk slecht weer is, dat is domme pech, daar mag je een plant niet op afrekenen, vindt ze. "Al Gods schepselen krijgen een zes, en daar kunnen dan nog extra punten bij komen."

Bestel het Op het Zand online >